
Leo en Els Kaptein verruilden Molenaarsgraaf voor Amsterdam: ‘We worden steeds weer getroffen door de eenzaamheid’
NieuwsAmsterdam/Molenaarsgraaf - De wereld houdt vanzelfsprekend niet op bij de gemeentegrenzen van Molenlanden. Voor meerdere inwoners is er een goede reden om voor langere tijd of zelfs definitief de Alblasserwaardse gemeente achter zich te laten.
Zo ook Els en Leo Kaptein. Zij verruilden de huisartsenpraktijk in Molenaarsgraaf acht jaar geleden voor een leven in Amsterdam. In de tweede editie van het magazine Mooi Molenlanden vertelden ze over eenzaamheid, de overeenkomsten tussen ambitieuze expats en getraumatiseerde asielzoekers, de keerzijde van alle drukte en vertier en de flonkeringen van God, die ze ook in deze geseculariseerde omgeving van de hoofdstad overal tegenkomen.
Een vrijwel probleemloze overgang van de polder naar de stad
Het contrast is op het eerste gezicht levensgroot: de woning annex huisartsenpraktijk langs de Graafdijk Oost in Molenaarsgraaf, geflankeerd door weilanden en het water van de Graaf, en de bovenwoning in hartje Amsterdam, met een café annex terras op de begane grond. Maar de overgang, acht jaar geleden, verliep vrijwel probleemloos voor Els en Leo Kaptein.
“Vanaf het eerste begin werden we hartelijk welkom geheten in onze buurt en de kerk waar we heengaan”, blikken ze terug. “We zijn ook gezegend met deze mooie plek, waar we ons echt thuis voelen. Daarbij heeft zeker geholpen dat we met een enorme rugzak met zegeningen uit de Alblasserwaard vertrokken zijn. Het gebed en het meeleven heeft ons gedragen.”
Contacten blijven oppervlakkig
De wijk waarin ze wonen een dorp noemen, met een manier van samenleven zoals we in de Alblasserwaard gewend zijn? Deels klopt het, maar daar plaatsen Els en Leo wel een kanttekening bij. “We worden steeds weer getroffen door de eenzaamheid, de hunkering naar diepgaander contact. Contacten blijven vaak oppervlakkig. Elkaar thuis uitnodigen gebeurt niet vaak. Je ontmoet elkaar liever in de openbare ruimte. Zo bewaar je toch een beetje afstand. Zelfs voor een huisbezoek, waarbij je als ouderling langsgaat bij gemeenteleden, spreken sommigen liever in een café af.”
Net als in Molenaarsgraaf zetten we graag onze deur open voor gasten om wat te komen drinken of mee te eten
Hoe ze door deze oppervlakkigheid heen breken? Snel oogsten staat voor Leo en Els niet centraal. Zaaien en geduldig afwachten tot er iets opbloeit, daar zien ze meer vruchten van. “Het is zó belangrijk om relaties op te bouwen en dat de tijd te geven. Er zijn voor mensen, het is in zo’n omgeving heel waardevol. Net als in Molenaarsgraaf zetten we graag onze deur open voor gasten om wat te komen drinken of mee te eten. Daarmee win je op den duur het vertrouwen. Daarom werken we allebei niet fulltime, om tijd te kunnen besteden aan de mensen in onze buurt en kerkelijke gemeente.”
Beiden zijn ze een deel van de week actief in de hulp aan medemensen. Els werkt als verpleegkundige inhospice Kuria in Amsterdam, Leo is als huisarts verbonden aan een praktijk in het centrum. Eén dag in de week is hij daarnaast actief in een asielzoekerscentrum in Zaandam.
“Bijzonder is dat in beide gevallen vaak mentale problematiek aan bod komt”, vertelt Leo. “Bij vluchtelingen gaat het dan vaak om stress over het lange wachten en trauma’s die zij in hun thuisland of op de vlucht hebben opgelopen. In de huisartsenpraktijk zie ik veel expats, actief in onder meer de ICT en de creatieve sector. Dat zijn mensen die bij uitstek heel geslaagd lijken, maar ondertussen ook erg onder druk staan. Er is veel onzekerheid en angst om te falen.”
Deels is dat in elke stedelijke omgeving zo, maar ze benoemen het ook als typisch Amsterdams. “Op de terrassen bijvoorbeeld is het écht zien en gezien worden; meer dan in andere Nederlandse steden”.
Boodschap van de Bijbel
Hun geloof was en is voor hen de drijfveer. Acht jaar geleden gaven ze aan dat de verhuizing naar Amsterdam de weg was waar God hen heen leidde. De boodschap van de Bijbel verspreiden ze voor het overgrote deel niet met woorden, maar met daden. Els: “Het hospice waarin ik werk heeft een christelijke identiteit, maar iedereen is er welkom, welke levensovertuiging je ook hebt. Met het werk van onze handen en het luisterend oor dat we bieden, zonder een oordeel te vellen, daarin laten we ons geloof doorklinken.”
Ze noemen als voorbeeld één van hun buurtgenoten. Met typisch Amsterdamse directheid vroeg ze Els en Leo kort na hun aankomst: “Jullie zijn toch niet gekomen om zieltjes te winnen?” Inmiddels komt ze met regelmatig bij hen over de vloer. “We hebben een band met haar opgebouwd en soms gaat ze mee naar bijvoorbeeld een high tea van onze kerk.”
‘Juist in de duisternis zie je de flonkeringen van Zijn licht des te beter’
Nee, de Amsterdamse tongval hebben ze nog niet overgenomen. Maar Els en Leo voelen zich onmiskenbaar thuis in ’s lands hoofdstad. Hun verteltrant is opgewekt en optimistisch. Ja, ze erkennen dat God vaak de grote afwezige lijkt. Maar: “Juist in die duisternis zie je de flonkeringen van Zijn Licht des te beter. Op de onverwachtste plekken kom je die tegen. Of neem onze gemeente van de Noorderkerk. Jaren geleden dreigde die te verdwijnen; inmiddels is het een bloeiende gemeenschap met veel jonge leden.”
Of ze zelf andere mensen zijn geworden? Ze kijken elkaar even weifelend aan. “Dat denken we niet. Wat we wel hebben geleerd is een andere manier van kijken. Het is niet zo dat wij hier iets komen brengen. Het gaat om wederkerigheid. We hebben hier zoveel mensen van uiteenlopende pluimage leren kennen. Dat heeft ons leven absoluut verrijkt. We mogen wat dat betreft zeker omzien in verwondering.”
Goede lichamelijke conditie
Het is een voor de hand liggende laatste vraag. Wat gaat de toekomst brengen? Lonkt de Alblasserwaard nog? Voor Leo en Els liggen alle wegen nog open. Gezien de smalle, steile trap die naar hun bovenwoning voert, is hier blijven wel afhankelijk van een goede lichamelijke conditie. “Wat ook meespeelt is dat onze kinderen verspreid over het land wonen”, vullen zij aan. “We vertrouwen erop dat God ons ook hierin zal leiden.”
Ze zijn even stil. Dan vult Els met een glimlach aan: “Een goede reden om hier te blijven? In de tijd van Pasen kunnen we zo de tram pakken naar het Concertgebouw voor de Matthäus-Passion. Twintig minuten, en dan zijn we er. Daar genieten we elke keer weer van.”






















